Adel kom ik statistisch gezien te vaak tegen. Dat gebeurt, sinds 1991.

In het dorp waar ik vandaan kom, waren er adellijke gezinnen, maar de leden daarvan heb ik nooit persoonlijk ontmoet. Onze huishoudster en de man die boswachter was op het kleine stukje bos dat wij bezaten, werkten beide tevens voor een adellijke familie met een landgoed enkele kilometers verderop. Zij reden paard, net als mijn beide broers. Mijn broers kenden de (oudere) kinderen van die familie daardoor enigzins (vaag). Ik was niet zo bezig met wat adel was, want ik kende die mensen niet.

Sinds 1991 kom ik de adel vaker tegen, maar enkel oppervlakkig.

  • Eén van de leden van de mentorgroep van de studie Bedrijfskunde in 1991 bleek een adellijke titel te hebben. Ik kwam daar pas later achter.
  • Eén van de deelnemers van de studiereis naar China in 1994 sprak ik eenmalig persoonlijk. Daarbij vertelde ze direct vol trots dat er sprake was van “adellijke inborst”. Alsof ze niet enkel een titel had, maar dat er daadwerkelijk iets aan haar was, wat haar meer bijzonder maakte als een ander. Ik lachte beleefd.
  • Als adviseur van Gemini consulting bleek ik twee adellijke collega’s te hebben in het relatief kleine team van 85 mensen. Dat is opvallend, want consulting gaat zeker in de startposities om hard werken en intellect, minder om relaties.
  • Bij Boer & Croon heb ik eenmaal in een team gewerkt met iemand van adel.
  • In Cambridge liepen ongetwijfeld ook diverse edellieden rond, maar dat tel ik niet mee, omdat het met die omgeving te maken heeft.
  • Via online (facebook) contacten heb ik de afgelopen jaren ongeveer 10 mensen persoonlijk ontmoet, nadat zij verzochten om contact. Hierbij ontmoette ik twee mensen van adel, bleek bij de ontmoeting. Statistisch gezien bizar, want ontmoetingen via online sociale media is toch geen vanzelfsprekende stap.
  • Op dit moment woont er een vrouw met een adellijke titel in één van de bovenwoningen van het huis waar ik woon in Amsterdam.

Ze houden zich op de vlakte en op afstand, maar blijken er wel te zijn. Wat is dat toch? Klopt dat statistisch? Een kleine 0,07 procent van de Nederlandse bevolking is van adel. Adel doet wel meer hun best, om de kinderen naar de universiteit te sturen, daar twijfel ik niet aan. Het is niet vreemd voor iemand als mijzelf om enkele adellijken te ontmoeten door de jaren heen.

  • Het zijn 8 mensen in mijn omgeving waarvan ik weet dat het adel is.
  • Een kleine 0,07% van de Nederlandse bevolking is van adel.
  • Heb ik 12.000 mensen ontmoet waarvan ik de achtergrond (titel ja/nee) ken?

Nee, er komen bovengemiddeld veel adellijken op mijn pad, hoewel ik met geen van hen ooit een meer persoonlijk gesprek heb gehad (met uitzondering van FP van Gemini). Ze zijn er gewoon.

This entry was posted in Heino, Koningshuis, Maatschappij, Maud Oortwijn. Bookmark the permalink.

2 Responses to Adel kom ik statistisch gezien te vaak tegen. Dat gebeurt, sinds 1991.

  1. Geuz says:

    Adel werd in het verleden vaak opzettelijk gekruist met lieden van hoog IQ.
    Je komt die daarom tegen, omdat je zelf ook een hoog IQ hebt.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s