Henk Vonhoff, commissaris van de Koningin in Groningen (van 1980-1996)

imagesHenk Vonhoff. Op 25 juli 2010 overleden aan een gescheurde aorta in het buitenland. Hij is 79 jaar oud geworden. Ik heb de man nooit ontmoet. Hij zat wel in het Comité van Aanbeveling, van de Commissie Verre Studiereis naar China in 1994, toen ik in het bestuur daarvan zat. Nooit heb ik de man gesproken. Achteraf zie ik lijntjes.

  • Van 1957-1967 was hij geschiedenisleraar.
  • In 1967 werd hij verkozen tot lid van de Tweede Kamer voor de VVD.
  • Hierna werd hij commissaris van de Koningin in Groningen in 1980.
  • In 1986 kon hij minister van Defensie worden in Lubbers 2 maar hij sloeg dit af!
  • Hij bleef in Groningen, want daar kon hij rekenen op interessante uitdagingen (m.i.).
  • Hij haalde de PTT naar Groningen, wat een foute club is wat betreft occulte acties.
  • In Groningen was het qua vrouwenrechten een puinhoop in de jaren negentig.
  • Hij richtte ook het NFI op, wat pal tegenover de moordlocatie van Pim Fortuyn is.
  • De moeder van Theo van Gogh, is een nichtje van Henk Vonhoff  (oplichters!).
  • De vrouw van Henk Vonhoff, is een tante van Joris Luyendijk  (u weet genoeg!).
  • Henk Vonhoff was lid van de Vrijmetselaarsloge La Bien Aimée te Amsterdam.

Beatrix stuurde alleen mensen naar Groningen waarvan ze wist “dat zij erop kon vertrouwen”. Dat betekent: de prinsjes komen met alles weg. Hij was kennelijk zo iemand.

This entry was posted in Groningen, Maatschappij, opleiding, regio Noord, Theo van Gogh, Vrijmetselaars and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to Henk Vonhoff, commissaris van de Koningin in Groningen (van 1980-1996)

  1. Hamecon says:

    “‘Zedenzaak Oude Pekela was géén massahysterie’

    23/09/95, 00:00

    Van onze correspondent BRUSSEL – In Oude Pekela zijn, tegen het einde van de jaren tachtig, wel degelijk kinderen seksueel misbruikt. Het is onzin de affaire, die destijds voor grote opschudding in binnen- en buitenland zorgde, af te doen als ‘massahysterie’. .

    Tot die conclusie komt de Belgische hoogleraar Karel Pyck in een rapport, dat hij binnenkort naar minister Winnie Sorgdrager (justitie) wil sturen..

    Vijf jaar lang heef Pyck, hoogleraar kinder-en jeugdpsychiatrie aan de Leuvense universiteit, onderzoek gedaan naar ‘Oude Pekela’. Hij vindt dat de bevolking van het Groningse dorp “veel onrecht is aangedaan.” Ook justitie en politie in Groningen zijn ten onrechte scherp bekritiseerd. “Ze hebben goed werk gedaan,” zegt Pyck..

    De zaak kwam in mei 1987 aan het rollen toen twee ouderparen bij de rijkspolitie in Oude Pekela een klacht indienden tegen onbekenden, wegens seksueel misbruik van twee kinderen. Een kleine maand later gaf de politie een bericht uit, waarin sprake was van maar liefst 50 zeer jonge slachtoffers en van kinderlokkers die als clowns verkleed waren. ‘Oude Pekela’ werd wereldnieuws..

    Geen bewijs.

    Nadat er bijna honderd kinderen waren ondervraagd, stelde de hoofdofficier van justitie veel later, in 1988, vast dat “48 kinderen duidelijk spreken over seksuele handelingen die zij moesten ondergaan en/of moesten verrichten bij zichzelf of bij volwassenen.” Er was echter geen bewijsmateriaal, en er verscheen nooit iemand in de beklaagdenbank..

    Prof. Pyck, die met betrokken functionarissen sprak en geluidsbanden van gesprekken met de kinderen beluisterde, zegt dat “het verhaal van politie en justitie van het begin tot het einde klopt.” Daarentegen is er “geen enkel bewijs” voor de stelling dat het zedenschandaal een product is geweest van massahysterie, dat het in werkelijkheid nooit zou hebben plaatsgevonden..

    “De volledige waarheid over wat er destijds met de kinderen in Oude Pekela is gebeurd, kan met wat we nu weten niet meer worden achterhaald,” stelt Pyck deze week echter vast in het Nederlandse Tijdschrift voor criminologie. Het artikel is een beknopte versie van het onderzoek dat Pyck aan minister Sorgdrager zal aanbieden..

    Pyck veegt de vloer aan met de Australische auteur Benjamin Rossen, die ‘Oude Pekela’ herleidt tot twee jongetjes die ‘vieze spelletjes’ speelden. De rest zou massahysterie zijn, of zoals het in de titel van Rossen’s boek heet, ‘zedenangst’..

    Pyck beticht Rossen van vooringenomenheid, een zeer selectief gebruik van de beschikbare bronnen en het aanhalen van anonieme zegslieden. Pyck, gevraagd naar het ‘waarom’ van zijn onderzoek: “Ik vond het verbazingwekkend dat de versie van een onbekende Australische student door de publieke opinie vrij algemeen als de juiste werd aanvaard. Er werd niet of nauwelijks geluisterd naar de Nederlandse kinderpsychiater Gerrit Mik, die na uitgebreid onderzoek tot de conclusies kwam dat er wel degelijk sprake was van seksueel misbruik.”.

    Verklaring.

    Pyck heeft daar nu wel een verklaring voor: “De zaak was met zoveel emoties beladen, dat de Nederlandse bevolking een duidelijk antwoord wilde. Het antwoord van politie en justitie was helaas niet duidelijk, omdat er bewijzen noch verdachten waren. Daarentegen was ‘massahysterie’ wel een helder, acceptabel antwoord. Veel Nederlanders zullen hebben gedacht: Ach, het is een primitief volkje, daar in het noorden. We nemen die lui niet serieus.”.

    “Door die houding is het taboe op seksueel misbruik van kinderen weer een beetje groter geworden. En dat is niet in het belang van kinderen die nù worden mishandeld.”.

    De Leuvense hoogleraar beschouwt zijn onderzoek ook als een soort eerbetoon aan wijlen collega Mik, die wèl geloof hechtte aan de afschuwelijke verhalen van de kinderen in Oude Pekela..

    In zijn rapport citeert Pyck met instemming deze krant, die de Amsterdamse kinderpyschiater als ‘kop van Jut’ betitelde. Maar Pyck laakt ook de Nederlandse media, die al te gemakkelijk aan de haal gingen met het begrip massahysterie. Als dat maar vaak genoeg wordt herhaald, gaat het uiteindelijk door voor ‘de waarheid.’.

    Een gevaarlijke ontwikkeling, meent Pyck, temeer omdat het “bij vragen over mogelijk seksueel misbruik bij (jonge) kinderen altijd moeilijk is de volledige waarheid te achterhalen.”.

    Ook Pyck sluit niet uit bij “werkelijk gebeurde gevallen van kindermishandeling sommige kinderen hun verhalen overdreven hebben en fantasie-elementen hebben ingebouwd.”.”

    http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2713000/1995/09/23/Zedenzaak-Oude-Pekela-was-geen-massahysterie.dhtml

    ‘Misbruik is geen kwestie van geloof’ (Kinderpsychiater)

    “Ann Peuteman

    Redactrice bij Knack

    19/02/13 om 10:49 – Bijgewerkt om 10:49

    ‘Het is niet omdat delen van het verhaal niet kloppen dat er geen sprake zou zijn van misbruik ‘, zegt professor kinder- en jeugdpsychiatrie Karel Pyck, die zich al twintig jaar lang in kindermisbruik verdiept.

    Een believer noemden ze hem. In de jaren tachtig omdat hij geloofde in het grootschalige kindermisbruik in het Nederlandse dorp Oude Pekela. In de jaren negentig omdat hij Regina Louf, ‘X1’ uit de nevendossiers van de zaak-Dutroux, het woord gaf in zijn lessen aan de Leuvense universiteit.

    ‘In die jaren heb ik geleerd wat veerkracht is’, zegt emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Karel Pyck. ‘Ik ben een goede psychiater. Nog altijd’, zegt hij. ‘Ik blijf een deskundige in mijn vakgebied.’ Dat is meteen ook de reden waarom hij twaalf jaar na zijn emeritaat nog een boek heeft geschreven. ‘Met Kindermisbruik en macht wil ik bewijzen dat ik zo dom niet ben als sommigen maar blijven suggereren’, zegt hij. ‘En dat ik nog altijd niet zot ben ook.’

    Hoe kunt u blijven geloven dat er sprake is van misbruik als er nooit bewijs is gevonden?
    Karel Pyck: De afwezigheid van bewijs is nog geen bewijs van het tegendeel. Dat er in Oude Pekela iets is gebeurd, staat buiten kijf voor iedereen die van dichtbij of veraf met de zaak te maken had. Het probleem bij dat soort zaken, die ook nog eens breed in de media worden uitgesmeerd, is natuurlijk dat er meteen een polarisatie ontstaat tussen believers en disbelievers. Misbruik is nochtans geen kwestie van geloof of ongeloof maar wel van objectieve feiten. Jammer genoeg staat zo’n polarisatie objectief wetenschappelijk onderzoek vaak in de weg. Neem nu de getuigenis van Regina Louf, die in 1996 contact opnam met de speurders die de zaak-Dutroux onderzochten. Aanvankelijk lieten velen zich door haar overtuigen, maar gaandeweg werd ze minder geloofd omdat de feiten die ze aanhaalde nogal onwaarschijnlijk waren en elkaar ook tegenspraken. Doordat er ook in die zaak een polarisatie ontstond, zijn haar getuigenis en die van de andere X’en nooit ten gronde onderzocht.

    Nochtans heeft men kunnen aantonen dat veel van Loufs beweringen totaal niet kloppen.
    Pyck: En dan? Bewijst dat misschien dat ze niet misbruikt is? Natuurlijk niet. Het is perfect mogelijk dat een deel van wat een slachtoffer vertelt waar is en een ander deel niet. Het kan bijvoorbeeld dat de personen, tijdstippen en locaties waar een kind het over heeft niet kloppen, maar dat het toch is misbruikt. Op een ander moment, op een andere plaats en door andere mensen. (AP)

    http://www.knack.be/nieuws/belgie/misbruik-is-geen-kwestie-van-geloof-kinderpsychiater/article-normal-87556.html

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s