Gewoon, nee huh? Hoe doen ze dat dan?

uit boek: Dag Licht

…Het is half twaalf ’s nachts. Ik sta met autopech aan de kant van de weg. Het is mijn eigen domme schuld, want de motor maakte al enkele dagen een raar geluid. [Achteraf gezien is op de parkeerplek van mijn werk een ander motorblok in mijn auto gezet, eentje die simpelweg ‘met een druk op de knop’ gesaboteerd kan worden]  Nietsvermoedend sta ik nu aan de kant van de weg en ben helaas geen lid van de Wegenwacht. Toch direct de Wegenwacht gebeld. Een vriendelijke mevrouw schat in dat het een half uur tot een uur gaat duren. Oké: “Hartelijk bedankt, mevrouw” zeg ik dankbaar. Het is koud, zo laat.

Binnen enkele minuten zie ik twee koplampen op me afkomen op de vluchtstrook. Is redding nabij? Een donkere hatchback zoeft vlak langs me heen en stopt zo’n twintig meter verder dan mijn eigen blauwe Lancia. Er stapt een man uit van in de veertig. Hij acteert vriendelijk en behulpzaam. Ik heb het vast koud en mag wel in zijn auto zitten. Ik bedankt: “Ik heb gehoord, dat het niet zo veilig is, om in de auto te zitten. Vandaar dat ik naast mijn auto sta te wachten zo midden in de nacht. Maar wel heel vriendelijk dat u het aanbiedt.” Hij zegt met grote onschuldige ogen dat het een misverstand is, dat van die auto. Het geldt alleen voor de auto achteraan, in dit geval mijn pechauto. Zijn wagen staat veilig verderop. Hij dringt aan: “In mijn auto wachten, is het beste wat je nu kunt doen.”

Ik doe mijn best beleefd te blijven glimlachen. Ik ga weer even zitten in de auto, noteer zijn nummerbord op een post-it en doe alsof ik iemand een sms stuur. Het maakt hem niets uit. Mijn mobiel doet het ineens niet meer. Heh? De batterij was toch vol? Hij heeft kort donker haar, is een klein beetje kalend en draagt een brilletje. Hij steekt met zijn hoofd iets boven me uit. Niet zwaar, niet gespierd en niet echt dik. Beschaafd. Kantoorbaan. Beetje een degelijke man. Glibberig. Hij doet erg zijn best om heel aardig te doen, maar dat is een slecht teken, weet ik uit ervaring. Dat zijn vaak de ergste. Zó je best doen een lief en sociaal mens te lijken. Geloof deze schauspielerei en je bent verloren.

Beide blijven we beleefd naar elkaar glimlachen, als treurige zielen die op elkaar aangewezen zijn tijdens een ongemakkelijke bedrijfsreceptie. De snelweg-heer houdt zijn handen in de jaszakken van zijn lange kaki-beige jas. Met glazige, glimmende oogjes staart hij me onschuldig aan vanachter het brilletje. Ik vraag me af wat hij in zijn zakken kan hebben. Hij doet me aan iemand denken, maar ik weet niet zo snel wie. Om nietsvermoedend te kunnen blijven kijken, dwing ik mezelf er niet over na te denken. Pas later besef ik, dat ik deze man ook in Bangkok zag, destijds, in de buurt van.

Hij staat te dichtbij. Ik doe aldus een stap opzij. Hij doet weer een stap mijn kant op. Opnieuw staat hij net te dichtbij. Ik doe wéér een stap opzij. Hij volgt en staat opnieuw te dichtbij. De man bestudeert me, hij hoopt gretig dat ik me zorgen maak. Alsof hij er plezier in heeft. Uiterst vriendelijk blijft hij vlak naast me staan. Ik speel de vermoorde onschuld. En hij geniet daarvan. “Ik denk dat de Wegenwacht er zo aankomt, u hoeft niet speciaal voor mij te wachten.” -En als ze niet komen?-“Mijn vriend zal me anders wel ophalen.” Lieg ik. Hij glimlacht meesmuilend als hij vraagt of zij hem al gebeld heeft. “Ja”, liegt ik opnieuw zonder blikken of blozen. – Oh.- Nu is hij geboeid: “Heb je eerder de Wegenwacht gebeld of eerder je vriend?” Het is een rare vraag. Ik laat het even in het midden. Hoezo? Dan zeg ik dat ik eerst mijn vriend gebeld heb. Hij lacht minzaam. Ik kijk zo onschuldig mogelijk terug.

Mijn lange donkere haren opgestoken in een nonchalante studentikoze knot. Enkele slierten hangen los en raken mijn bleke wangen, telkens als er een auto langs rijdt. Samen turen we onrustig naar de snelweg, de auto’s zoekend die langs zullen razen. Ze sluit niet uit dat hij wacht op een geschikt moment, als er geen auto’s zijn. Zijn auto staat minimaal twintig meter verderop. Het is gelukkig de ring van Utrecht. Het is druk, ook rond middernacht. Ik blijft uiterst vriendelijk kijken en zegt opnieuw bemoedigend “Ik denk dat de Wegenwacht zo komt”. Hij vraagt hoe lang ze zeiden dat het zou duren. Ik antwoord vol zelfvertrouwen dat ze er zo zouden zijn. Opnieuw negeer ik een meesmuilende glimlach. De auto’s sneren voorbij. Ik bedenk me dat ik moet zorgen dat a) de chauffeurs me zo goed zien, dat enkele me zullen herkennen en b) ik nooit helemaal buiten het gezichtsveld van auto’s ben tot de Wegenwacht er is.

 

We staan er nog geen vijf minuten als ik even alleen echt in de verte een auto zie aankomen. Mijn adem stokt. Wat nu? Ze kijkt met een schuin oog opzij. Dan bewegen de koplampen van die ene auto zich naar de vluchtstrook. Ik verwelkom de Wegenwacht met een brede glimlach. Het is zo’n grote gele sleepwagen die mijn auto gelijk kan meenemen op de haak, zoals ze dat bij wielklemwagens ook wel doen. De snelweg-heer is dan al omgedraaid, zonder iets te zeggen. Weg. Met stille trom. Ik draai me om en roep nog “Bedankt!” naar de nachtelijke schim in de lange jas, al meer dan tien meter verderop. Hij kijkt niet op of om, steekt alleen joviaal zijn rechterhand op. Zonder een woord te zeggen, ook niet tegen de vriendelijke meneer van de Wegenwacht. Dat is raar. Ik ben moe en blij. Eindelijk richting huis.

Gered, een diepe opluchting maakt zich van me meester, als ik voorin de kanariegele wagen kruip. Dan voel ik hoe moe ik ben. De Wegenwacht kan me nu even alles wijsmaken. Dat is niet wat ze doen. Hij maakt zich zorgen, ook vanwege de heer die gestopt was. “Kende je hem?”  Nee, dus.  “Echt niet? Het zijn vaak niet de beste… je weet niet wie dat was?” Hij brengt me naar het dichtstbijzijnde treinstation, als service. Het was zo sneu, hij wilde er niet eens een rekening voor sturen. Dan moest ik zelf maar zien of ik lid wilde worden. Geen enkel probleem en geen enkele verplichting. Redder in nood. Hij was blij te kunnen helpen. Mijn auto wordt gedropt bij een Shell station vlakbij, die is voor latere zorg.

Destijds maakte ik me alleen een beetje zorgen. Had deze meneer echt kwade intenties? Of juist niet? Pas jaren later vraag ik me af in hoeverre het toeval was: het project met de late avonden, de auto die het begeeft, en dan direct aanwezig zijn. Mijn Turkse garagehouder beweerde destijds dat de motor gesaboteerd was, omdat er zo’n enorm gat in zat. Ook zei hij dat het niet de oorspronkelijke motor was die in de auto zat. Dit motorblok hoorde niet eens in dit type auto. (Dat kan toch niet, ik heb de auto van de eerste eigenaar gekocht via een garage!) Ik dacht dat het zijn gebrekkige Nederlands en/of mijn onorthodoxe rijstijl was. Gesaboteerd, ja, het is hiero geen Turkije! Maar jaren later, bij de verkoop van deze Lancia aan mijn Mazda dealer, blijkt dat de Turkse garage ‘ter reparatie’ dan ineens de eigen originele motor heeft teruggezet. Hoe kan dat? Zelfs het motorblok nummer klopt… 

About maudoortwijn

Maud Oortwijn had been a target of organized gang stalking for many years. We believe this must stop, for her and for everyone else facing it.
This entry was posted in Bangkok, Justitie, Waarheidscommissie and tagged , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Gewoon, nee huh? Hoe doen ze dat dan?

  1. anton groeneveld says:

    er worden niet alleen fietsen gestolen .. er word ook aan fietsen ge-ver-sleuteld ….

  2. Toto Rolly says:

    vooral erg mooi en gedetailleerd geschreven, maar…..
    Het was een complot.

    Er wordt niet even een motor verwisseld op een parkeerplaats, dat vereist best wat werk.
    Er past niet zomaar een andere motor in van een andere model of zelfs andere auto.
    De Turkse garagehouder deed maar al te graag mee.
    Het blok is nooit verwisseld.
    Dit is manipulatie.
    De man lachte je uit, die meteen voor je klaar stond.
    De garagehouder heeft geld aan jou verdiend voor het niets doen.
    Je bent gefrustreerd doordat je tijd en geld verloor, iets wat bij politiestalking hoort.
    Het motorblok is er nooit uitgeweest, echter zie jij dat niet, ik wel want ik ben “streetwise”.

    Net als alle mensen op de foto niet agenten zijn, vele wel hoor waarschijnlijk.
    Dit is het spelletje wat de politie speelt, manipulatie dus.
    In de hoop dat jij het overneemt en verkeerde zaken gaat roepen of verkeerde foto’s post van mensen die helemaal niet bij de politie werken zodat ze jou naar beneden kunnen halen of beter gezegd jouw geloofwaardigheid kunnen doen laten afnemen.

    Je bent erin getrapt, je bent niet streetwise…..

    Wat was er nou met je telefoon dan, of was dat voor je boek om het wat interessanter te maken?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s